Als ik mijn blik naar buiten
richt
Bekruipt mij een zo fijn gevoel,
bij dat wondermooie uitzicht
is het 'rijkdom' die ik voel.
De wereld is zo zuiver wit
Het gras, de struiken en de oprit.
Ik zie in de lucht een hong'rige meeuw
Bijna onzichtbaar, door de sneeuw.
De roodborst trippelt op mijn balkon
Zijn borst glimt prachtig in de zon.
Ik heb op 't balkon wat zaad neergezet
en aan een touwtje een zaadbol van vet.
Het eten trekt de roodborst aan.
Hij moet immers ook bestaan?
Een koolmeesje strijkt ook neer
en geeft de ander de eerste eer.
HIJ IS EEN ECHTE HEER.
De kind'ren spelen met hun slee
en ook het vriendje speelt heerlijk mee.
Zelf blijf ik maar achter 't raam.
'k Durf nu niet naar buiten te gaan.
Anders breek ik straks nog een been
en dat geeft weer een hoop geween.
Want nog even en dan wil ik gaan
Naar Egypte, waar de piramydes staan.
'k Ga daar heen met eigen vlees en bloed
en dat is wat mijn hart verwarmen doet.
Varend op de historische Nijl
op een cruisseschip, geheel in stijl.
'k kijk nu naar buiten en geniet
Van alles wat mijn oog ook ziet
het leven is zo wondermooi.
De wereld in zijn wintertooi.
'k ben gelukkig, voel mij blij
met de natuur zo dicht bij mij
'Genieten kan van al wat leeft
en al wat mijn leven inhoud geeft