Hoe komen jullie erbij!
Stout ben ik nooit geweest.
Misschien een beetje ondeugend maar stout?
Ik was een lief meisje met kastanje bruine, gekrulde lokken.
Iedereen vond mij er als een dotje uitzien.
Daar is inmiddels wel wat aan veranderd hoor, maar goed.....
In die tijd was ik een engeltje.
Later hebben ze er een Btje voor gezet en werd ik een bengeltje, zo zei mijn familie
altijd.
Ik klom graag in de mast of in de vuurtoren op de punt van de haven.
Daar was een stalen constructie die men eerst moest beklimmen en natuurlijk
liet ik mij niet kennen als die belhamels van jongens riepen dat ik dat niet
zou durven.
Niet durven?........... Ik?........... Tuurlijk wel!!......... Ik zal jullie
eens wat laten zien!
Gehavend door het prikkeldraad waar ik met mijn splinternieuwe jack
onderdoorgekropen was, om bij de toren te komen, kwam ik weer aan boord
van de sleepboot waar wij op vaarden. (In mijn kinderjaren, zorgde mijn vader
dat hij zich met de sleepboot ergens verhuurde zodat wij naar school konden
gaan.)
Samen met een vriendje, liep ik schoorvoetend de loopplank over en zag
mijn moeder al in de stuurhut op mij staan wachten. Haar gezicht stond donker
en ze was niet blij met de winkelhaak in de mouw van mijn jack. Bovendien had
ik allang thuis moeten zijn, maar ja het was ook zo'n mooi uitzicht daar over
het water dat tijd voor mij een begrip was dat er nu even niet toe deed.
Ik had wél gedacht dat mijn moeder boos zou zijn, maar dat ze zó boos
zou zijn dat ze van kwaadheid haar hand ophief om mij met een flinke klap om
mijn oren te belonen, dàt had ik niet kunnen denken.
Geschrokken bukte ik om de klap te ontwijken. (vond ik eerlijk gezegd wel
handig van mijzelf) maar ach heden..........! Plotseling hoorde ik een gil en
ving mijn vriendje de voor mij bedoelde klap op. Het leek mij toen maar het
beste om de benen te nemen, maar ja.........of je dat nu 'stout' moet noemen?
Zo klom ik ook wel eens door het WC raampje naar buiten als ik daar weer
eens was opgesloten en ging lekker de weide wereld in.
Ik doolde dan door de weide vlakten en vergat om naar school te gaan.
Het was in de vrije natuur veel fijner dan op die saaie school waar ik de
tafels van één t/m twintig moest leren. Wàt een onzin.
Tekenen vond ik veel leuker en toen ik voor straf honderd maal de
tafels van één t/m twintig moest maken, tekende ik een tafel en schreef
daarachter 100x.
Stout? Welnee!............. Was alleen maar leuk!
Alleen schoot ik er niet veel mee op want toen moest ik in plaats van honderd
maal, tweehonderd maal die vermaledijde tafels maken.
Daardoor kwam ik natuurlijk weer te laat aan boord en moest ik zonder eten
naar bed, terwijl ik alleen maar een lolletje had willen uithalen.
Nee, ik vond de wereld in die tijd maar oneerlijk verdeeld en ik zon op een
plannetje om het die vervelende meester eens betaald te zetten.
Hij woonde twee deuren van de school vandaan en daar gingen we wel eens
belletje trekken. We hebben wat afgelachen want vanachter de poort (was
niet meer dan een deurlijst met een groene deur) die naar het schoolplein
leidde, trokken we ons terug en zagen die arme meester telkens weer de deur
openen onder het roepen van: "Ik krijg jullie wel, kwajongens".
Hij kon zeker het verschil niet tussen een jongen en een meisje, maar ja, mijn
vader had altijd al gezegd dat ik in het verkeerde huidje zat en dat ik een
jongetje had moeten zijn. Nou, dat vond ikzelf eigenlijk ook.
Meisjes speelden met poppen en deden altijd zo tutterig terwijl je met de
jongens de dolste avonturen kon beleven.
We hebben ook nogeens een geintje uitgehaald om die meester, waar ik altijd
strafwerk van kreeg eens lekker terug te pakken voor het onrecht dat hij mij
aandeed. Samen met een vriendje zette ik een puts (is een emmer met een touw
eraan) water precies op het smalle randje boven de poort.
Samen gingen we op de loer liggen en toen de meester na gedane arbeid op huis
aan wilde gaan en de deur van de houten poort open wilde doen, trokken we aan
het touwtje en de hele puts met water ging over meesters zwarte driedelige
pak.
De meester was erg godsdienstig. De school heette dan ook: "School met de
Bijbel".
Ik had hem nooit een lelijk woord horen zeggen (alhoewel hij het lineaaltje
vaak genoeg op mijn vingers liet dalen, wat toch ook niet christelijk was in
mijn ogen), maar toen kwam er een flinke vloek over zijn
lippen.
Hij dacht waarschijnlijk dat niemand hem zou horen, maar wij lagen in een deuk
en probeerden geen geluid te maken bij het lachen.

Was dat nou stoutzijn? Nee toch?
Alleen maar een beetje baldadig, maar het is wel een leuke herinnering die nu
zo maar weer even boven komt drijven.
====================================================================
© Mieke Batenburg.