Het Schilderij

           ‘Dat is twee euro veertig mijnheer’, klonk de stem van de dame aan het  loket van het Rijksmuseum in Amsterdam dat Gerard deze regenachtige voorjaarsmiddag eens met een bezoek wilde vereren. Hij was de dag ervoor thuisgekomen na een heerlijke vakantie.
Samen met zijn vriend Arie was hij naar de Schotse Hooglanden geweest en omdat hij nog een paar dagen over had vóór de arbeid hem weer zou roepen, was het plan bij hem opgekomen om op deze regenachtige dag zijn prikkel naar kunst en cultuur eens te bevredigen en zo stond hij dus nu vóór de ingang van het museum.
’Hé, ik heb er echt zin in,’ dacht hij en nam met een  ‘Dank u wel juffrouw’, zijn toegangsbewijs in ontvangst.

’Ik wens U een heel prettig verblijf in ons museum toe mijnheer, zei de lokettiste.’  Ze was mooi, deze dame!!
Hij vroeg zich af wat zo’n mooi meisje achter zo’n loket moest doen. Zou ze nou met hààr uiterlijk en slanke figuurtje niet een beter baantje kunnen vinden dan voor een klein salaris kaartjes verkopen aan de toeristen?
Nou ja, wat ging het hém eigenlijk aan. Wie weet wat de reden hiervan is, dacht hij en met een: ‘Dank U wel juffrouw’ ging hij, benieuwd naar alles wat hij zou mogen bewonderen, de brede deur van het museum in.

Het gebouw op zichzelf imponeerde hem.
De prachtige zalen met de gewelfde, beschilderde  plafonds en de houten banken, waar de, vermoeide museumbezoekers even op konden uitrusten, na hun geslenter door de vele zalen en waar zij tegelijkertijd op hun gemak de schilderijen aan de muur konden bewonderen.
Rustig kuierend door de vele zalen, genoot Gerard  van het vele moois dat hij zag.
Het prachtige zilverwerk uit vroeger tijden en het mooie delftsblauw dat weer in een andere zaal werd tentoongesteld. 
En dan natuurlijk de ‘Nachtwacht’ van Rembrandt.
Dààr vooral was hij voor gekomen.
Dit te gaan zien, stelde hij zo lang mogelijk uit. Hij wilde zichzelf op de proef stellen, en niet toegeven aan de opwelling die hij had om direct naar de zaal te lopen waar dat prachtige schilderij hing.
Zó vaak al had hij het gezien, en steeds weer werd hij er door bekoord.
Nee, eerst nog even verder kijken in de andere zalen, waar ook heel veel moois te zien was. Even bleef hij staan voor een schilderij dat plotseling zijn aandacht trok.
Het stelde een mooi meisje voor, dat  gezeten op een rots, peinzend voor zich uit zat te kijken. Ze had lang, glanzend, koperblond haar en ondanks haar naaktheid, zat zij er heel ontspannen bij.
Het was een schilderij dat eigenlijk niet paste in dit museum, dat vooral oude kunst tentoonstelde. In vroeger tijden ging men niet zo ongedwongen met naaktheid om, wist hij. In ieder geval ànders.

Er was iets bekends aan haar, maar wàt het was, wist hij niet.
Hij had het idee, haar al eens eerder gezien te hebben.
‘Maar dat kan natuurlijk niet’, peinsde hij.
Zonder dat hij het eigenlijk wilde maakte hij zich moeizaam, los van het schilderij en vervolgde, schouderophalend zijn weg door de zalen.  

Zo zoetjes aan begon hij zijn benen te voelen en daarom besloot hij om  nu maar rechtstreeks naar de nachtwacht te gaan en daar, rustig gezeten op de banken te genieten van die fascinerende beelden.

Er was plaats genoeg, dus zette hij zich zodanig neer, dat hij een goed beeld kreeg van Rembrandts kunstwerk.
Altijd weer werd hij geboeid door de beelden.
De gezichten van de verschillende figuren waren zó levensecht, dat je de neiging kreeg terug te glimlachen naar die ene figuur en anderen zou je een bemoedigende aai over de bol (lees Hoofddeksel met veer) willen geven. Zó mistroostig als hij keek!!
En dan dat hondje dat , zo het leek, subiet 'uit' het doek zou stappen.
Gerard werd er een beetje doezelig van. Hij keek naar de prachtig geschilderde wit, kanten kragen van enkele van de figuren en verbaasde zich..........zoals altijd..............en ineens was hij in een andere wereld.

Hij droomde!
Niet van de Nachtwacht.
Oh nee, maar van een mooi, peinzend kijkend meisje met lang, glanzend, koperkleurig haar.
Wààr had hij haar toch eerder gezien?
Plotseling werd hij wakker.
'Ik weet het, ik weet het', juichte het in hem.
Hij veerde overeind, stond op en ging gauw naar de uitgang van het museum.
Nu wist hij het..............Het was dat mooie meisje aan het loket. Maar hoe kan dat nou?

Hij wilde het weten en haastte zich. Ze was er niet meer. Het loket was gesloten.
Tja, logisch natuurlijk. Hij was ook zo lang in het museum gebleven.
Er liep alleen nog een schoonmaakster rond die bezig was de vloeren te reinigen, zodat de bezoekers de andere dag weer netjes konden worden ontvangen.

'Weet U misschien waar dat meisje woont, dat hier vanmiddag aan het loket zat?', vroeg hij haar.
'Ja meneer, dat weet ik wel', zegde de vrouw. 'Maar waarom wilt u dat weten?'
'Ik heb vanmorgen een tasje aan haar afgegeven om te bewaren, en daar zitten belangrijke papieren in die ik beslist niet kan missen', loog hij.
Hij wist dat hij van de vrouw anders beslist de informatie niet zou krijgen die hij zo graag wilde hebben.

De vrouw gaf hem het adres.

Het was aan het eind van de stad, voorbij de grote drukte, die zo kenmerkend is voor een grote stad als Amsterdam.
Na een half uurtje stopte hij voor het hem opgegeven adres.
Het was maar een eenvoudig, klein huisje en weer begreep hij niet dat zo'n mooi meisje in een dergelijke armoedige omstandigheid kon verkeren.

Hij liet de klopper op de deur vallen.
Eenmaal, tweemaal, andermaal.
Net toen hij weg wilde gaan, ging de deur open en ja.......dààr stond ze.
Nu wist hij het zeker. Zij wàs het meisje van het schilderij!!

'Je bent het! Je bent het echt!', stamelde hij verbaasd.
'Wie ben ik',  vroeg het meisje lachend. 
' Het meisje van het schilderij', zei Gerard.
'Maarre, hoe kan dat nou?'

'Ik zie dat u mijn geheim ontdekt heb' glimlachte het meisje.
'Komt U  maar binnen, dan zal ik het U vertellen.
Maar beloof me , dat het nu óók uw geheim zal zijn.'
'Dat beloof ik', zei Gerard.
'Maar u móet het mij vertellen, anders kan ik niet meer slapen omdat dit mysterie mij zo bezig houd'.

Ze liet hem voorgaan naar binnen, waar in een schommelstoel een oude dame zat. 'Grootma, we hebben bezoek.
Deze jongeman heeft ontdekt wie ik ben en ik heb hem belooft mijn verhaal te vertellen'.
De oude vrouw keek Gerard vorsend aan en zei tegen haar kleindochter:
'Zou je dat nou wel doen kind? Is je geheim bij hem wel veilig en zou je daardoor niet in moeilijkheden raken?'
'Ach nee grootma, ik vertrouw hem wel'.

Ze vertrok naar de keuken en kwam even later terug met drie dampende koppen koffie.
'Zo, en nu zal ik het u vertellen.
Het is helemaal niet zo'n groot mysterie als u waarschijnlijk zou vermoeden.
Zoals U ziet, draag ik de zorg voor mijn oude grootmoeder, die behalve oud, ook een ongeneeslijke ziekte heeft.
Ik houd heel veel van Grootma en wil haar geven, dat wat zij nodig heeft. Maar de dure medicijnen kan ik van mijn karig inkomen als lokettiste bij het museum niet betalen en toen heb ik met een 'vriend' een plan bedacht waarmee ik uit de zorgen zou zijn.'

'Mijn vriend is schilder, weet U.  Hij maakte wel aardige schilderijen, maar een doorbraak was er voor hem nooit geweest.
Toen hij mij vroeg naakt voor hem te willen poseren, had ik daar eerst wel moeite mee, maar het geld dat ik ervoor kreeg, vergoedde veel.
Het schilderij heeft hem geen windeieren gelegd en binnen korte tijd werd hij een beroemd schilder. Als beloning voor een onderscheiding die hij kreeg, mocht hij het schilderij een maand lang tussen de grote Meesters hangen.'

'Wàt een verhaal', zei Gerard enthousiast. 'Ik beloof u er nooit met iemand anders over te praten, maar dan moet u mij ook wat beloven'.
'Oh, en wat is dat dan?' lachtte Sylvia, want zo heette het meisje.
'Je moet mij beloven om morgen met mij naar het concert van Beethoven te gaan, als je daar van houd natuurlijk. En daarna naar een gezellig diner dansant, want nu ik je gevonden heb, wil ik je zo gauw niet meer kwijt'.

"Dat beloof ik', glimlachtte Sylvia.

De oude dame hoorde alles eens aan en glimlachtte tevreden.
Ze zag dat hier iets moois aan het groeien was en dàt gunde zij haar lieve kleinkind van harte.

En zo, kreeg het schilderij in het Amsterdams Rijksmuseum ineens een gestalte, en wat voor een!

© Mieke Batenburg 1 maart 2004


 

HOME

   

BACK

   

NEXT