Gluren bij de buren.

 

 

                   


Zij rijdt haar rolstoel voor het raam
Daar, waar de geraniums staan.
Voorzichtig en behoedzaam,
schuift zij voor het venster aan.

Na vele gelukkige jaren, bleef zij alleen.
Geen man of kind meer om haar heen.
Eenzaam gaan haar dagen voorbij
Zij is alleen in deze harde maatschappij.

Achter de gordijntjes is zij beschermd
en wordt door niemand opgemerkt.
de anonimiteit heeft zich over haar ontfermt.
Zij gluurt naar de buren, ongemerkt.

En op straat is veel te zien.
Het bruist van 't leven en misschien,
kan zij door te gluren naar de buren
Haar eenzaamheid wat beter verduren.

Zie, daar komt de buurman thuis.
Hij parkeert de auto voor zijn huis.
Nog voor hij belt, gaat de voordeur open
En komt vrouw en kind reeds aangelopen.

Zij begroet haar man met een omhelzing
Een kind dat aan zijn broekspijp hing.
't Ouwetje denkt aan and're tijden,
toen haar gezin nog was aan haar zijde (n).

Ze glimlacht en denkt aan wat vroeger was.
Haar lieve man stond voor de klas.
Wanneer de school was uitgegaan,
ving voor hen de vreugde aan.

Geluk heeft zij zozeer gekend,
Ja, hij heeft haar dan ook zeer verwend.
met bloemen liefde en zo meer.
Ach, kende zij die weelde maar weer.

Nu koestert zij zich in 't geluk van de buren.
Zij weten het niet, maar door al dat gluren,
Heeft oma'tje er weer vrede mee
en is zij met haar leven tevree.

Nee, zij schaamt zich niet voor haar gedrag
en om haar mond verschijnt een lach.
Ineens is zij niet eenzaam meer
en geniet zij van het leven weer.

Dat gluren door de ramen, vanachter het gordijn
Is voor haar als een kostbaar medicijn.
Het geeft haar 't gevoel dat zij nog leeft,
en dat er iemand is die om haar geeft.

İMieke Batenburg

HOME

   

>BACK

   

NEXT