Ik droom nog weleens van die
tijd,
dat ik nog was een kleine meid.
Ik wilde een prinsesje zijn.
Ach wat was ik toen nog klein.
Ik droomde van een mooie prins.
Hij leek op Vader enigszins.
Wél was hij jonger en ook knap.
Hij kwam naar beneden van de trap.
Ik zag hem aan, mijn hartje klopte.
Het was de liefde die zich ontpopte!
Hij nam mij mee op 't witte paard.
Verdedigde mij met vuist en zwaard.
We trouwden in een mooi kasteel.
Ik kreeg van hem een mooi juweel.
Het was een diadeem, zo prachtig!
Het werd mij even wel te machtig..
Altijd al, wilde ik een prinsesje zijn!
Later werd het leven fijn!
Ik voelde mij de koning te rijk.
Droomde van mijn koninkrijk!
Dromen werden werk'lijkheid,
en brachten mij geborgenheid.
't Geluk betrad mijn levenspad,
en 'k wens mijzelf: "Proficiat"!
©MiekeBatenburg,Juli 2004