De vliegende Hollander

 

 

 

Een zeeman vaart uit,
naar warme landen
met gouden stranden
waar ’t avontuur naar hem lacht
en ’t geluk op hem wacht.

Maar die koperen ploert,
die elke zeeman beloert.
Zorgde voor scheurbuik en dorst
De zon matte de zeeman af
en de zee werd, zijn graf.

Op dat mooi, zonnig eiland
Aan dat goudgele strand
Wachtte zij tevergeefs,
Nimmer keerde hij weer
Wél had hij genómen….Haar eer!!

Twintig jaar later

Een zeeman vaart uit
naar een land overzee
Met een gammele schuit
Was hij al tevree

Hij zocht naar zijn Pa
In dat ver vreemde land
En dacht aan zijn Ma
En hun zó sterke band.

Hij werd steeds gekweld
En voelde de band
Met die zeeman van ver
Uit dat noord’lijke land.

Hij vond hem nooit meer
en zeelui vertelden, steeds weer
Over ’t verdriet van zijn Pa
Die verlangde naar hem, en zijn ma.

Maar de zee eist zijn tol.
En het leven is vol.
met geheime, gevaarlijke zaken.
Waarin een kind soms,
 de weg kwijt kan geraken.

Nu doolt op de Noord -Zee
Vader en zoon getwee,
in duistere, spannende verten.
Door ‘d eeuwigheid verenigd.
Door dik en door dun.
En niemand die hén dat misgun'.

© Mieke Batenburg - Juni 2003

 

HOME

   

BACK

   

NEXT