De Droom.
|
In de bedstee lag een negenjarig meisje. Zij sliep onrustig. Keer op keer draaide zij zich om en haalde gejaagd adem. Haar natte, kastanjebruin golvende krullen, plakten in haar hals en het zweet parelde op haar voorhoofd. Opeens werd zij wakker, schoot overeind in haar bed en keek angstig en verdwaasd om zich heen. ‘Oh gelukkig, het is maar een droom’, ging het door haar gedachten. Vanuit de andere bedstee in de kajuit klonk gerommel. Het was haar moeder die wakker werd van het gedraai van haar dochter. Ze zette haar voeten op het koude zeil en ging op de rand van haar dochters bed zitten. ‘Wat is er kindje’ vroeg ze. ‘Heb je weer zo naar gedroomd?’ Met betraande wangen keek Puck haar moeder aan en zei; ’ Mamma, ik ben zo bang!’. Ze veegde haar tranen weg met de punt van het laken. ‘ Het is altijd dezelfde droom,’ klaagde ze. ‘Telkens zie ik Pappa die met de boot récht op mij afvaart en op het moment dat hij mij bijna raakt, word ik wakker. Dat droom ik nu al veertien dagen. Elke nacht weer. Ik wou dat het maar stopte. Ik ben zo bang mamma’. Moeder streek het kind over haar natte krullen en zei; "Ach kind, ga nu maar weer lekker slapen hoor. Mamma en Pappa zijn bij je. Er kan écht niets gebeuren. Dromen zijn bedrog, dat weet je toch? Bovendien zou je vader toch nooit zijn eigen dochter overvaren."
*********** Jaren later vaarde Puck samen met haar vader op de ms. ‘De Merwede’. Vader als kapitein en Puck als stuurman. De nare dromen die haar als kind hadden gekweld, kwamen af en toe nog wel eens terug, maar Puck had het een plaatsje kunnen geven en zij was er nu niet meer bang voor. Dromen zijn immers bedrog? Haar vader werd door zijn vakmanschap door veel schippers en werkgevers
gewaardeerd. Als er een moeilijke klus geklaard moest worden, was het in de regel, de schipper van de ‘Merwede’ die daarvoor werd benaderd door de Maatschappij waarbij de sleepboot was verhuurd. De band, die bestond tussen vader en dochter was groot. Puck droomde ervan later zelf met man en kinderen een groot motorschip te bevaren op de Zeeuwse en Duitse wateren. Zij was er van overtuigd… Er is geen mooier leven dan het schippersleven. Op een regenachtige dag werd ‘De Merwede’ verzocht een dekschuit op te halen die afgemeerd lag naast een caisson, ( een betonnen zinkbak met samengeperste lucht) die in de werkput klaar lag om het laatste gat in de dijk te dichten in de veerhaven, dichtbij Hansweert. Het gat was ontstaan tijdens de watersnoodramp in 1953. Er stond veel stroming en het was, mede door de sterke wind, een klus om de Hercules (scheepstouw) om de kleine bolder van de dekschuit te gooien. De schipper voer, ‘kopvoor’ op de dekschuit af en Puck had opdracht gekregen om, vanaf de kop óp de dekschuit te springen. De hercules om de bolder te doen, de stalen draden aan de wal los te gooien en aan boord te blijven tot de plaats van bestemming.
De schipper liet de boot zachtjes vooruit komen. Als Puck eraf was gesprongen, zou hij met de schroef hard achteruitslaan, bijsturen en zo kon hij dan langs de bak manoeuvreren en de stalen scheepsdraad voorzichtig straktrekken. Wat geen gemakkelijke opdracht was, gezien de straffe wind. Met het touw in de hand stond Puck klaar om te springen. Nog even en dan……. Zij sprong op het, door de regen glad geworden dek van de dekschuit, gleed uit en hing even later te spartelen langs de romp van de bak. Gelukkig kon zij zich vastgrijpen aan het lage opstaande randje dat op de dekschuit aanwezig was. De schipper schrok vreselijk, sloeg direct met de schroef achteruit, maar een schip reageert nu eenmaal anders dan een auto. Als je die in zijn achter uit zet, gààt hij ook achteruit. Een schip heeft daar wat meer tijd voor nodig, dus bleef ‘De Merwede’ nog even rechtuit varen terwijl Puck daar hing, tussen bak en boot en de laatstgenoemde steeds dichter bij kwam. Zij voelde dat ze het bewustzijn ging verliezen. ********************* Toen Puck bijkwam stonden er een aantal mensen en een geschrokken vader om haar heen. De mensen die op de caisson aan het werk waren geweest, zàgen het ongeluk gebeuren, renden naar de plaats "des onheils" en konden Puck, net op tijd tussen de bak en de ms. ‘De merwede" wegtrekken. Met de ambulance werd zij naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis vervoerd, waar kon worden vastgesteld dat er géén gekneusde ribben of iets anders waren. Zij was er gelukkig goéd vanaf gekomen, mede door de snelle reactie van de werkmensen. Na zoveel jaren, was ‘DE DROOM’ bijna uitgekomen. Maar gelukkig is gebleken, dat óók in dit geval, dromen bedrog zijn. © Mieke Batenburg |