Muziek is van nature zodanig met ons verbonden, dat wij haar niet kunnen
ontberen, al zouden we willen.
========================================================
Dit citaat van Boëthius, verwoordt
precies
mijn verbondenheid met muziek.
Het begon al toen ik nog een klein meisje was en mijn moeder wiegeliedjes
zong voor het slapen gaan en kinderliedjes zoals: 'Slaap gerust mijn lieve
kleine jongen', ‘Poesje mouw’ en ‘Twee kleine kleutertjes zaten op een hek.’
Zo klein als ik was probeerde ik de tekst foutloos mee te zingen.
Aarzelend en struikelend over de woorden. Als ik even de tekst niet meer
wist, wachtte ik tot moeder de eerste woorden had gezongen en dan kon ik
weer verder.
Toen ik een jaar of tien was, zong ik, samen met mijn moeder en zusjes
tijdens de afwas en het strijken. Aan strijken had ik een gloeiende hekel,
maar het samen zingen vergoedde dan wel weer veel.
Het repertoire veranderde met de jaren en in die tijd kon mijn moeder zo
prachtig zingen van ‘Het angelus’ en ‘Op de muur van ’t oude kerkhof’.
Tranen van ontroering dropen dan van mijn wangen.
Kort na de oorlog kon mijn vader een mandoline ruilen voor koffie (of
zoiets) en die mandoline ben ik gaan bespelen. Ik moest wel, al had Ik een
voorkeur voor gitaar. Ik had echter niets in te brengen. 'Die mandoline kan
nu eindelijk zijn nut eens bewijzen' zeiden mijn ouders, dus kreeg ik les
van een blinde muziekleraar. Ondanks zijn blindheid, gaf hij ook nog les in
piano, gitaar, banjo en mandoline. Ik had een enorme bewondering voor deze
man. Hoe hij ons wegwijs maakte in de muziek. Alles in hem wŕs muziek. Dat
was zijn leven.
Terwijl vader vaarde, woonde het gezin op een ark en zodoende was ik in de
gelegenheid om de lessen te volgen.
Toen ik een jaar of vijftien was en ik samen met mijn
vader de Nederlandse, Duitse en Belgische rivieren bevaarden, zongen we
samen de mooiste zeemansliedjes zoals: ‘Seeman, komm bald weder’, en
‘Ketelbinkie’.
Ook liedjes als ‘Zie ik de lichtjes van de Schelde’ en ‘Aan de oever van de
IJssel’ waren favoriet. Het klonk nog aardig ook.
Vader met zijn donkerbruine stem en ik met mijn sopraan.
Omdat ik graag zong, kocht ik voor mijzelf bladmuziek met zeemansliedjes of
hawaimuziek voor mijn mandoline.
Heel aarzelend begeleidde ik mijzelf en vader.
’s Avonds moesten we vaak tot laat in de nacht varen om op tijd op onze
laadplaats te zijn. Die avonden en nachten, samen met vader, veel koffie
drinkend om wakker te blijven, zingend en spelend in de stuurhut met boven
ons hoofd de sterren, hebben in mijn herinnering een dierbaar plaatsje
gekregen.
Op een zomeravond laat, toen we voor de sluis lagen te wachten om de
volgende ochtend te kunnen schutten, hoorde ik vanuit de openstaande ramen
gitaar en accordeonmuziek.
Op een motorschip dat naast ons lag, zaten een paar jonge mensen met elkaar
te musiceren. Het was het eind van een prachtige zomerdag en de warmte bleef
nog lang in de roeven hangen, wat de jongeren had doen besluiten dan maar
boven op de luiken te gaan zitten.
De vrolijke klanken van de muziek lokte mij en, hoewel ik in die tijd nog
best een bedeesd meisje was, kon ik niet aan de verleiding weerstaan om mijn
mandoline en mijn bladmuziek op te pakken en mij te voegen bij de
musicerende jongelui op de luiken van dat schip.
We verloren ons in de muziek en het werd nacht toen ik door mijn vader werd
gehaald. Het feest was afgelopen.
Muziek……………..Heerlijke herinneringen!
Nog steeds betekent muziek, in allerlei vormen heel veel voor mij.
Van populair tot klassiek. Van jazz tot gospel.
Toen ik ouder werd heb ik solo mogen zingen bij het vocaal ensemble, waar ik
mij aansloot toen ik eenmaal aan de wal was gekomen en nu, met mijn
vijfenzestigste, zing ik nog steeds bij een seniorenkoor met de
toepasselijke naam ‘The Oldtimers’.
Soms mag ik van de dirigent een solo zingen, maar daar gaat het mij niet om.
Muziek in alle vormen en zang voor mij in het bijzonder geeft het citaat
gelijk dat ik noemde in de kop van dit verhaal.
Muziek is voor mij…………Het begin en het einde!
Muziek is van nature zodanig met ons verbonden, dat wij haar niet
kunnen ontberen, al zouden we willen.
Citaat van Boëthius
Groetjes, Mieke