Het
was in de herfst van het
jaar 1915. De Op Hoop van Zegen, een zeilschip van 200 ton vertrok, geladen
met suikerbieten vanuit Dinteloord in de richting van Rotterdam.
Aan
boord bevond zich de jonge schipper met zijn mooie jonge vrouw, die
hoogzwanger was.
Ook
was er een echtpaar aan boord, waarvan de vrouw,
zou helpen bij de bevalling en haar man Adriaan, moest die de
taken aan dek overnemen van de zwangere vrouw, die in verwachting
was van een tweeling.
Ook
de drie kinderen van het schippersechtpaar, Gieltje van vier jaar,
Adriana van één jaar en de kleine Adrie’ke van twee jaar,
maakten deel uit van de opvarenden van het zeilschip "Op Hoop
van Zegen".
Schipper
Dirk was dol op zijn jonge vrouw, die hij zeven jaar eerder had
ontmoet toen hij met zijn broer Marinus, de plaatselijke kermis
bezocht.
Dat
was in die tijd eigenlijk het enige vermaak in het Brabantse dorp
Sleeuwijk, waar de
schipper geboren en getogen was. Het dorp was de thuishaven van
de Schippersfamilie, die al vele generaties de kost verdiende op de
vaderlandse binnenwateren.
Op
de kermis had Dirk dat aardige meisje opgemerkt, dat later zijn
vrouw zou worden.
Hij had geprobeerd om met haar in contact te komen, maar Marieke,
zoals het knappe meisje bleek te heten, was steeds in gezelschap
geweest van een ander
meisje, waarvan Dirk dacht dat het een vriendin was.
Later
bleek het andere meisje, Mina, een zuster van Marieke te zijn.
Met
zijn broer Marinus, maakte Dirk een afspraakje, Hij moest Mina
mee nemen in de draaimolen en zo gebeurde het dat de jonge schipper
tegenover zijn Marieke stond
!
En op dat moment sloeg de vonk der liefde bij beiden over.
Er moest gespaard worden voor de ‘uitzet’ en de hele familie
hielp mee.
De
één had nog wel een kast over, de ander een bed of tafel, de derde
wat linnengoed. Daarbij moet worden opgemerkt dat men toen nog niet
zulke hoge eisen aan 'de uitzet' werd gesteld als tegenwoordig. Na
een verlovingstijd van ruim twee jaar, brak de grote dag aan en nam
de schipper zijn jonge bruid mee aan boord.
De
bruiloft was sober geweest, maar wel heel bijzonder, want op
dezelfde dag trouwde Dirk's broer Marinus, met Mina, de zuster
van Marieke waardoor er toch wel een bijzondere glans op deze dag
viel.
Ja, het leven was goed voor hem, bedacht de schipper. Hij
keek uit over het wijde water en voelde zich een gelukkig en
bevoorrecht mens.
Hij had alles wat zijn hartje begeerde!
En
dan….., binnenkort ook nog gezinsuitbreiding!!
Wat
zou hij nog meer te wensen hebben?
Het was een prachtige herfstdag en de schipper stond tevreden aan
het roer terwijl deze gedachten aan hem voorbijgingen.
Toen
zij die ochtend de zeilen hesen was er geen vuiltje aan de lucht en
het beloofde een rustige overtocht te worden.
Een
matig windje beroerde het spiegelende water van het Hollands Diep.
Zij hadden daarom besloten dat het niet nodig zou zijn om de
dekkleden over de lading suikerbieten te bevestigen.
Toen!……, werd de schipper ineens bruut uit zijn gelukkige
overpeinzingen opgeschrikt.
Ongeveer
ter hoogte van Lage Zwaluwe werd
de strak, blauwe lucht ineens zwart.
Het begon te regenen en er stak plotseling een flinke storm op. De
schipper en zijn knecht probeerden alsnog de dekkleden aan te
brengen, maar de wind was zo hevig dat er geen beginnen aan was.
Tot
grote schrik van de bemanning ging het scheepje kapsijzen, er liep
water het ruim binnen! Het kleine zeilschip maakte slagzij en begon
te zinken.
Aan boord van het scheepje brak grote paniek uit! De schipper
gelastte dat iedereen in de roeiboot moest om het vege lijf te
redden.
Het
schip zonk echter zo snel, dat de
twee oudste kinderen niet meer aan dek konden komen. Zij
konden het deurtje van het kleine roefje niet meer open krijgen.
De
hoogzwangere vrouw en de kleine Adrieke van twee jaar werden in de
roeiboot geholpen.
Neef Adriaan deed
wanhopig nogmaals een poging de twee kleine kinderen uit de roef te
bevrijden, maar helaas, het was te laat!!
Toen
de schipper het touw wou losmaken, waarmee de roeiboot aan een
bolder op het schip was vastgemaakt, zat er geen bewegen meer in.
Het touw was doornat en zat zó strak om de bolder,dat het niet los
was te krijgen.
Er voltrok zich een drama toen het schip, met roeiboot en
inzittenden in de diepte verdween.. 'Met man en muis' zoals men dat
in zeevaartstermen noemt.
De
schipper, die zelf niet zwemmen kon, zag zijn gezin vóór zijn ogen
verdrinken!!
De kleine Adrieke dreef iets verder bij hem vandaan.Met zijn laatste
krachtsinspanningen, lukte het de schipper het kleine jochie op een
ronddrijvend luik te tillen. Dat was nog niet zo eenvoudig want toen
hij bij het kind kwam, dreef het met het gezichtje en de beentjes
naar beneden in het water en gaf géén enkel teken van leven meer.
Toch lukte het de wanhopige man!
Nicht Jaantje en neef Adriaan
konden zich zwemmend redden. Zij hadden nog uitgekeken naar de
andere opvarenden, maar alles was zó snel in z'n werk gegaan, dat
zij uiteindelijk de moed maar hadden opgegeven. Zij werden aan boord
genomen door de bemanning van een vissersschip
Ook
de schipper en zijn kleine Adrieke werden gered door vissers die in
de naaste omgeving aan het vissen waren.
Het
broertje en zusje werden later gevonden toen het schip werd gelicht.
Zij
hingen met hun armpjes gehaakt aan de olielamp, waar zij zich in
doodsangst aan hadden vastgeklampt. Ook de schippersvrouw werd
opgedregd.
Zij was door haar zwaarte gezonken.
Op Adrieke werd kunstmatige ademhaling toegepast.
De
reddingwerkers besloten, na twee uur intense inspanning,
hun pogingen om het kind te redden beëindigen.
Maar toen gaf het kind plotseling weer een teken van leven!!
Schrijfster dezes heeft alle reden om dààr dankbaar voor te zijn,
want als dat niet gebeurd zou zijn,.......... had ík
het levenslicht nooit aanschouwd, want dat kind........
was mijn Vader!!
Mijn
Opa is nooit meer de oude geworden. Hij droeg het verlies met zich
mee! Hij heeft het altijd betreurd dat hij geen zakmes bij zich had,
waarmee hij het touw van de roeiboot had kunnen lossnijden.
Uiteindelijk is hij van verdriet gestorven!
Mijn vader heeft wél zijn hele leven een zakmes met zich
meegedragen, dát heeft de schipbreuk hem wel geleerd. Ná Vaders
dood heb ík dat mes gekregen.
Ik gebruik het nu als schildersmes en het is mijn dierbaarste bezit.
Mijn Vader is verder opgegroeid in het gezin van Oom Marinus en
tante Mina, de broer van opa en de zuster van opoe, totdat hij groot
genoeg was om, samen met zijn vader de zeilen te hijsen.
Jaren
later voer hij met zijn dochter op de binnenwateren, wat heeft mogen
voortduren tot aan haar trouwen.
Die
dochter was ik en daarover zou nog veel te vertellen zijn, maar dat
doe ik later misschien nog wel eens. Het was een bijzondere tijd, en
ik ben mijn vader dankbaar voor al wat hij mij heeft geleerd.
©Mieke Batenburg 2000