|
Liefde,
gedrenkt in tranen
Anneke
was amper achttien jaar toen zij hààr Geert ontmoette.
Hij was een knappe jongen met de body van een Griekse God en de charmes van een
Spaanse Don Juan. Stapel verliefd was ze op hem geworden. Keurig netjes was hij
aan Vader en Moeder komen vragen of hij omgang met hun dochter mocht hebben en
Anneke was dolgelukkig dat haar ouders daarmee instemden. Met Geerts
innemendheid waren haar ouders, net als Anneke, direct voor hem gewonnen.
Trots paradeerde zij aan Geerts arm door het dorp, waar de dorpsmeisjes jaloers
naar haar keken en hun bewondering voor Geert niet onder stoelen of banken
staken. Anneke zàt daar niet mee en dacht: ‘Jullie kunnen kijken wat jullie
willen, maar hij is toch van mij en dààr komt niemand tussen’.
Hóe ze zich daarin vergiste, bleek pas veel later.
Haar
ouders zagen alles eens ààn en besloten bij nader inzicht, zónder de reden
daarvan aan hun dochter mede te delen, de omgang met Geert te verbieden.
Anneke begreep het niet en smeekte en bad haar ouders om hun verbod op te
heffen. Zij waren zo gelukkig
samen. Hóe konden Vader en Moeder nu toch hun eerder gegeven toestemming
intrekken?
Anneke
vond het besluit van haar ouders zó oneerlijk dat zij gewoon de deur uitglipte
en hààr Geert toch regelmatig bleef ontmoeten.
Maar op een ongelukkig moment kwamen Annekes ouders te weten dat hun dochter nog
altijd omgang had met haar geliefde en vanaf dat moment ging de deur van Annekes
kamer op slot en mocht ze alleen nog maar naar buiten wanneer dat voor haar werk
noodzakelijk was.
Bittere tranen huilde zij en na de zoveelste keer dat zij van huis ontsnapte,
besloten Anneke en Geert het ‘recht in eigen hand’ te nemen en ervoor te
zullen zorgen dat Vader en Moeder hun toestemming wel móesten geven.
Ze trouwden en Geert werd stuurman op het schip van een goede vriend van hem die
vaarde op de route Antwerpen, via zeeland naar Duitsland, t.m. Bazel,
Zwitserland.
Zes
maanden later werd hun eerste kindje geboren.
Een meisje!! Anderhalf jaar daarna volgde er nog een kindje. Een jongetje deze
keer. ‘Een koningstel’, zo lachte Geert blij.
Anneke was in die eerste jaren een gelukkig mens. Maar toen de derde baby zich
aankondigde werd Geert wat ongeduriger. Hij voelde zich in zijn vrijheid beknot
en de drukte van het gezin begon hem tegen te staan. ‘Bovendien,’ zo zei
hij, ‘word jij er óók niet aantrekkelijker op met je dikke buik’. Het
gebeurde steeds vaker dat Geert ’s avonds nog even ‘aan de wal’ moest en
omdat Geert nog steeds niets van zijn charmes had ingeboet, hoefde hij nooit te
klagen over de bewondering van het vrouwelijk schoon.
Anneke maakte zich niet ongerust en dacht, ‘ach, als de baby is geboren komt
het wel weer goed’. En ‘hij kan er ook niets aan doen dat de vrouwen zo
achter hem aanlopen’.
Zo
verstreek de tijd en Anneke liep in haar vijfde maand toen het voor de eerste
keer gebeurde dat Geert ’s nachts niet terug aan boord kwam. Later zou dat
vaker gebeuren en er kwam een dag dat een vriendin haar kwam vertellen dat zij
Geert, samen met een mooie jonge vrouw een hotel in Dusseldorpf had zien
binnengaan.
Natuurlijk ontkende Geert deze beschuldiging. Maar een verklaring geven waar hij
wél was geweest, kon hij niet. Hoe Anneke ook haar best deed, zij kon het
gevoel van wantrouwen en onmacht dat haar bekroop, niet van zich afzetten.
Zouden Vader en Moeder dan tóch gelijk krijgen en was de vermeende ontrouw van
Geert de reden geweest dat zij hun dochter de omgang met Geert hadden verboden??
Anneke
was te trots om daarin haar ouders gelijk te geven en zij
nam zich voor zo veel mogelijk haar best te doen,
hun huwelijksperikelen voor de buitenwereld, en zeker voor haar ouders,
te verbergen.
Zeven maanden was ze nu in verwachting en het schip, waar Anneke, haar man en de
kinderen op vaarden, lag in de Rotterdamse Maashaven te wachten op nieuwe
vracht.
Anneke was aan de wal gegaan om nog wat spulletjes voor de nieuwe baby te kopen.
Geert had haar verteld dat daar nog tijd genoeg voor was en dat zij voorlopig
toch nog niet aan de beurt zouden zijn om te laden. De kinderen bleven aan
boord, zodat Anneke haar handen vrij had om te gaan en staan zoals zij wilde.
Ze was Geert dankbaar voor zijn begrip en opgewekt was ze op stap gegaan. Het
gebeurde niet zó vaak dat zij kon gaan winkelen en zoals iedere vrouw vond ze
het prettig om wat in de winkels rond te neuzen en te kijken of er nog iets van
haar gading te vinden was. Ze wilde Geert verrassen
en een mooie japon kopen zodat hij weer een beetje trots op haar kon zijn
en zijzelf haar gevoel van zelfvertrouwen weer wat kon opvijzelen.
In
een modezaak kocht zij een leuke, lichtblauw gekleurde wijde jurk die haar
vormen moest verdoezelen. Na een bezoek aan de kapper en de
schoonheidsspecialiste, kocht zij nog een speeltje voor de kinderen en een doos
sigaren en een borreltje voor haar man. Moe, maar voldaan aanvaarde zij de
terugweg naar de haven waar hun schip lag afgemeerd.
Maar wat was dat nu……… Waar was hun schip????
Verbluft
stond Anneke op de plaats waar zij ’s morgens hun schip had achtergelaten.
Daar lag nu een coaster afgemeerd. ‘Hij moest zeker verhalen’, dacht zij.
‘De coaster zou op die plaats wellicht moeten laden of lossen.’
Ze besloot de havenmeester op te zoeken, want die zou haar beslist kunnen
vertellen waar het schip gebleven was.
De havenmeester keek verbaasd op bij haar vraag waar het schip was!
‘ Maar, wéét U dat dan niet?’ vroeg hij, het schip is een paar uur geleden
afgevaren naar Duitsland, mét vracht’!!!!
Nadat
ze wat bekomen was van de schrik, besloot ze haar schoonouders te bellen en te
vragen of zij wisten wat er aan de hand was.
Met trillende vingers draaide zij het telefoonnummer en de stem van haar
schoonvader meldde zich. Zijn stem klonk boos toen hij tegen haar zei: ‘Hoe is
het mogelijk dat jij je kinderen zomaar in de steek laat? Heb je dan helemààl
geen eergevoel?’ Het bleek dat
Geert zijn ouders had verteld, dat Anneke hem had verlaten en omdat de lading
was vervroegd, kon hij onmogelijk voor de kinderen zorgen, zo zei hij, dus had
hij hen naar een tehuis gebracht. Hóe Anneke ook probeerde haar schoonouders
uit te leggen, dat Geert de waarheid niet had verteld……. het hielp niets en
zij waren óók niet bereid om te vertellen naar wélk tehuis in Rotterdam de
kinderen waren gebracht .
Verdrietig
en totaal van streek dwaalde Anneke door de grote stad Rotterdam. ‘O, God, hoe
heeft dit nu toch kunnen gebeuren?’ vroeg zij zich verdrietig af. De mensen om
haar heen keken verbaasd naar haar. Ze merkte het niet!
Ze liep maar
door, zonder te weten waarheen.
Verwaarloosd en vuil van het straatstof en de tranen die doorlopend over haar
gezicht stroomden.
‘O, Heer’ bad zij. ‘Help me alstublieft! Waar moet ik heen en wààr
zijn mijn kinderen? Ik heb niemand meer, waar ik heen kan gaan!’
Een
groot gevoel van onmacht overviel haar. Ze wist niet waar ze moest zoeken en
geld had ze bijna niet meer. Doelloos liep ze verder en kwam uiteindelijk in de
Maastunnel terecht.
Dààr werd zij opgemerkt door een agent die het maar vreemd vond dat daar, (het
was inmiddels nacht geworden) zo’n jong zwanger vrouwtje doelloos rondliep.
Zou ze dronken zijn? Of misschien stoned? ‘ Je weet maar nooit tegenwoordig’
dacht hij.
‘Kom maar eens even met mij mee”, zei hij vriendelijk ‘en vertel eens hoe
het komt dat je hier zo eenzaam rondloopt?’
Hij pakte haar bij de arm en vervolgde ‘Het is in een stad als Rotterdam niet
veilig om nog zo laat op straat te zijn’.
Gewillig
liet ze zich door hem meevoeren.
Ze wist het niet meer wat te doen.
Snikkend vertelde zij hem haar relaas.
Medelijdend legde de agent een arm om haar schouder en zei ’wacht maar even.
Ik roep even een collega op, dan zullen we zien wat we voor U kunnen doen.
We zullen zorgen dat U eerst een poosje gaat slapen en dan gaan we morgen op
zoek naar Uw kinderen’.
Verward keek ze hem aan en zei, ‘maar ik wil helemaal niet slapen….ik wil
mijn kinderen!!’
De vriendelijke agent wist haar te
overtuigen dat zij zó niet kon aankloppen bij de kindertehuizen en dat ze eerst
wat tot rust moest komen en zich wat moest opknappen.
Anneke
sliep die nacht ondanks alles een rustige slaap in het bed dat de vriendelijke
agent voor haar had laten klaarzetten in zijn kantoor en de volgende morgen kwam
dezelfde agent haar vertellen dat hij inmiddels had ontdekt, dat de kinderen
waren ondergebracht in een particulier kindertehuis.
Nà het ontbijt werd zij in zijn dienstauto naar het tehuis gebracht, maar daar
aangekomen wachtte haar een nieuwe ontgoocheling.
De directrice was, onder géén beding bereid de kinderen mee te geven..
Ook niet nadat Anneke had aangeboden de gemaakte kosten te vergoeden.
‘Er
zou heus wel een réden zijn waarom een zo nette man als Geert, zijn kinderen
naar het tehuis heeft gebracht’, zeiden zij.
Anneke wist zich machteloos en vanaf dat moment moest er gestreden worden voor
haar kinderen.
===================================================================
Geert
had inmiddels in Duitsland zijn bestemming gevonden. Hij bleef daar bij de vrouw
waarbij hij een kind verwachtte en de kinderen in het kinderhuis in Rotterdam
wachtten vergeefs op hun vader. Bijdragen in de kosten was iets dat hij
gemakshalve maar was vergeten.
Anneke ging regelmatig bij de kinderen op bezoek en bouwde zich een nieuwe
toekomst, waarin het mogelijk zou zijn zélf de zorg voor haar kinderen op zich
te nemen. Zowel op financieel gebied als wat de huisvesting betreft.
Vaak, overviel haar de angst dat zij niet in staat zou zijn om haar kinderen
vrij te krijgen.
Zes
maanden waren er inmiddels verstreken en de baby was al geboren, toen de rechter
de uitspraak deed, dat Anneke haar kinderen mocht komen ophalen.
Tóen was het feest en de directrice van het kinderhuis had er achteraf spijt
van, dat zij op die bewuste dag de kinderen niet aan haar had meegegeven.
Anneke en de kinderen bouwden aan een nieuwe toekomst, zónder verdriet en
bedrog, waarin de ouders van Anneke een grote rol speelden. Zij konden hun kind
toch niet laten verkommeren??
Oók al was ze zo eigenwijs geweest om toch, ondanks hun verbod met Geert te
trouwen.
Het
was een levensles die van Anneke een zelfstandig en waardevol mens maakte en een
goede moeder voor haar kinderen.
Ze was er van overtuigd dat de tijd àlle wonden zou helen, óók de wonden die
haar ziel zózeer hadden verwond.
Want, zo wist zij, ééns zou de zon weer schijnen, voor hààr en de kinderen.
©Mieke
Batenburg 2001
|