Jan en Janneke

 

Het is woensdagmorgen! “Nog even en dan kan ik gelukkig weer naar huis”, denkt de tienjarige Janneke Versteeg. Ze heeft een hekel aan het vak aardrijkskunde, dat in het laatste lesuur wordt gegeven. Ongeduldig zit ze op haar lessenaar te tikken en vraagt zich af hoelang het nog zou duren eer de les zou zijn afgelopen..

 Dàn slaat de schoolbel van de St.Pietersschool zijn twaalf slagen!
Het klinkt de jeugd, waar ónder Janneke als muziek in de oren.  Ze hebben gewàcht op dit sein. Een vrije middag in het vooruitzicht! Hiep, hiep, hiep hoera!!
Gauw de boeken in de tassen en wegwezen!!
De klas  stormt met twee, drie treden tegelijk de trappen af en de kinderen staan even later buiten, waar de zon haar uiterste best doet om er een heerlijke middag van te maken.

”Hé Peter, wat ga jij vanmiddag doen”? vraagt Jan de Jong aan zijn vriendje. “Ach, ik weet het nog niet Jan. Een balletje trappen of zoiets. Misschien ga ik ook wel hier en daar belletje trekken. Bijvoorbeeld bij de bovenmeester! Moet hij maar niet zo lelijk tegen mij doen! Ga je soms mee?
”Nee hoor, mijn ouders hebben beloofd met ons gezin naar het Pretpark te gaan
. Vader heeft ook wat tijd kunnen vrijmaken op de boerderij. Mijn broer Gijs zorgt er vandaag voor dat alles goed zal verlopen. Samen met de drie knechten zou dat best lukken en dus  kan vader er ook eens even tussenuit. We gaan naar  “De Efteling”, dat  is maar een kwartiertje rijden met de auto”!
 
“Wat jammer nou Jan! Ik had het wel leuk gevonden als je mee was gegaan!
De volgende keer dan maar! Neem je wél voldoende zakgeld mee? De attracties in zo’n pretpark zijn behoorlijk duur”!
“Ja joh, dat weet ik. Maar alles wordt door pa en ma betaald, dus ik hoef alleen meer geld bij mij te hebben om een ijsje of een cola-tje te kunnen kopen”.

Peter haalt zijn schouders eens op en zegt, “jij bent toch ook een bofkont. Zulke doordeweekse uitstapjes zitten er voor mij niet in”.
In het gezin van Peter de Bruin heerst géén armoede, maar
er moet wel hard voor gewerkt worden. Zijn  ouders zijn hartwerkende mensen!  Vader vaart met een eigen viskotter op zee. Hij vist op schol, haring en kabeljauw. De vis wordt aan boord schoongemaakt, op ijs gezet en daarna in de viswinkel verkocht dat midden in het dorp staat, waar Peter, Jan en Janneke wonen.
Vrijdags wordt er met de viskar langs de huizen gegaan. Gelukkig zijn de bewoners van het dorp altijd blij als de visboer langs komt. Vis is immers gezond en niet duur denken de dorpsbewoners en zolang dat zo is heeft de familie de Bruin  een goed belegde boterham.

Jan kijkt eens om zich heen. Hij ziet zijn buurmeisje Janneke op haar fiets stappen.
“Hé Janneke”, roept hij. “Wacht eens even dan fiets ik met jou mee. Wij moeten toch dezelfde kant uit. !!”
En tegen zijn vriend!  “Dag hoor Peter, tot morgen!”

Ongeduldig staat Janneke te wachten.

Ze mag Jan wel! Hij woont op de boerderij die een eindje verderop, naast de kleine boerderij van Janneke’s moeder ligt.
Op de “Herenhoeve” van de familie de Jong is altijd wel wat te beleven en Janneke gaat daar in haar vrije tijd graag naar toe. 

Het gonst op de hoeve van bedrijvigheid en Jan’s moeder is altijd vriendelijk tegen haar. Zij verwent haar met lekkere koekjes en met Pasen mag Janneke altijd eieren komen zoeken die Jan’s moeder ergens op het erf heeft verstopt. De boerin weet wel dat Janneke het thuis niet zo gemakkelijk heeft.

Thuis, op de kleine boerderij van de weduwe Versteeg, heeft Janneke’s moeder het inderdaad niet zo gemakkelijk. Zij is eenzaam en na het overlijden van haar jonggestorven echtgenoot, wil het maar niet vlotten!!  De twee koeien brengen nauwelijks genoeg melk op en het varken heeft dit jaar maar drie biggetjes geworpen. Het brengt nauwelijks genoeg op om het hoofd boven water te houden. 
Maar ongeveer twee jaar geleden is tante Hilde komen wonen op het boerderijtje. Het werd toen voor Janneke en haar moeder een stuk gezelliger.
Tante pakte de boel energiek aan. Zij bracht niet alleen meer gezelligheid maar ook de levensstandaard verbeterde. De grond rondom het huis werd omgetoverd in een  bloementuin. De zaden werden verzameld en op een stukje grond rondom de boerderij werden wat pootaardappelen en koolsoorten geplant. Zo zijn de inkomsten toch wat gegroeid en kunnen zij wat ruimer leven. Tante brengt de gerooide aardappelen, groenten en de snijbloemen en zaden zélf naar de veiling. Dat doet ze met de kleine, oude vrachtwagen die op het erf staat. Eens hoopt tante zich een nieuwe aan te kunnen schaffen, maar daar moet nog even voor gespaard worden.

Janneke  wist dat er kleine lammetjes geboren waren op de “Herenhoeve” en ze verlangde ernaar om die kleine wollige beestjes te liefkozen.

“Jan, ik ga nog even mee hoor! Ik ben zó benieuwd naar de lammetjes.
Hoeveel zijn het er?”

“Nou heel even dan hoor,” zegt Jan. “Wij gaan straks naar de Efteling. Eerst zouden we naar de speeltuin in Breda gaan maar vader en moeder hebben later hun plannen gewijzigd.” Jan en Janneke gooien hun fietsen op het erf tegen het klompenrek en rennen naar de wei waar de kleine lammetjes lopen te dartelen. Verrukt drukt Janneke haar gezichtje tegen het kleine warme vachtje aan. Ze heeft helemaal geen erg meer in haar omgeving en merkt niet dat Jan’s moeder er is met een beker chocolademelk en een stuk peperkoek. “Dag Janneke” zegt ze. “Ga je misschien straks met ons mee naar de Efteling?” Blij verrast kijkt Janneke op. “O ja mevrouw”, klinkt het benepen.”Als Jan het ook goed vindt?”
Jan vindt het best. Samen met zijn vriendinnetje is immers  voor hem ook gezelliger?

”Ik ga het gauw aan mijn moeder vragen” zegt Janneke blij. “Wat fijn dat ik mee mag, anders had ik helemaal niemand gehad om mee te spelen!”

De boerin glimlacht. Ze wéét dat Janneke’s moeder er mee zal instemmen. Zij gunt haar kind immers ook een gezellige middag en ze weet dat haar kleine meid in goede handen is bij de familie de Jong. Zo is iedereen blij.
Ook de boerin die zoveel van die kleine meid is gaan houden en haar dit uitstapje zo van ganser harte gunt.