
Vanaf vorige
week woensdag tot en met gisteravond, ben ik weer voor een paar dagen
naar mijn caravan in het bos geweest en heb heerlijk genoten van
het mooie weer.
Het werd al een
beetje rustig op de camping.
De meeste vakantiegangers waren al naar huis en hadden de boel al
afgesloten voor de winter.
Anderen wachten daar nog even mee en geven alleen nog in de weekenden
'acte de precense'.
Van woensdag tot vrijdag was er dus 'rust' op
de camping. Heerlijke rust, alhoewel het niet volledig stil was, want
juist in die 'stilte' hoorde je het gezang van de vogeltjes veel
beter. De roodborst en de koolmees. De vlaamse gaai, de boomklever en
de vink. Allemaal waren zij van de partij. Ik keek vanaf mijn
tuinzitje aan de voorkant, door het hek naar de open plek, vóór mijn
caravan gelegen, het bos in en voelde mij rijk. De kóning te rijk,
mag ik wel zeggen.
Als ik mijn ligstoel helemaal neerklapte, keek ik omhoog naar de
kruinen van de bomen.
Het zonlicht speelde door de bladeren.
Er staan vele soorten bomen in het bos.
De Larix en de Dennenboom. De Berk en de Spar.
Ik keek omhoog
naar hun hoge kruinen en voelde mij zó klein vergeleken bij die
kolossen.
Ik fantaseerde
dat ik in zo'n hoge boom zou klimmen en met die boom zou ik
meegroeien, tot in de Hemel.
De boom zou blijven groeien en groeien!!
Steeds hoger en hoger!
'Hoelang zou ik dan wel niet onderweg zijn?' dacht ik.
Ik keek naar
beneden en zag het gekrioel van jachtige mensen
die druk bezig waren, zoveel mogelijk geld te vergaren om maar van
alle 'comfort' in het leven te kunnen genieten. Ik zag mijn kinderen
oud worden en mijn kleinkinderen groeiden op en werden zelf vader en
moeder.
Ik klom door en voelde een grote rust en vrede over mij heen komen.
'Wàt is
comfort', dacht ik, 'vergeleken met alle weelde,de rust en de
schoonheid van de natuur waarvan ik zomaar, mag genieten zonder
dat het mij een cent kost? Dàt is toch met geen goud te betalen?' Zo
redeneerde ik.
Ik fantaseerde er verder op
los en zag mij meter voor meter klimmen.
Week na week. Jaar na jaar.
Hoe oud zou ik zijn als ik dan eindelijk 'daarboven' zou zijn?
Onderweg, zou ik dan van alles tegenkomen. Het eekhoorntje dat al zo
vaak (als ik héél stil bleef) stiekem de kruimeltjes naast mijn
stoel oppeuzelde of de Roodborst die mij ook steeds kwam begroeten?
Een merel die even uitrust op een tak? Of de houtduiven uit het bos?
Ik zou dan een briefje meegeven aan één van hen en hen vragen deze
af te leveren bij mijn kinderen om hen te vertellen dat zij zich
geen zorgen hoeven te maken over hun moeder. Want, moeder 'LEEFT!!
'Geniet en is gelukkig!! Op weg naar haar veilige haven waar zij
eens aan zou komen om uit te rusten van de inspanningen die het
aardse leven van de mens vergt.
============================================================
En dan kom ik
weer met beide benen terug op de grond.
Nee!!!! Nu nog niet!! Het leven is hier op aarde ook heel mooi!!
Ik wil mijn kleinkinderen zien opgroeien!
Dààr kan ik nog geen
afscheid van nemen!!
Maar zo even
wegdromen op mijn eigen stille plekje in het bos, dat ik 'Carpe Diem'
oftewel 'Pluk de Dag' heb genoemd, heeft ook zijn charme en daarvan,
lieve mensen heb ik op deze mooie nazomerdagen ten volle genoten.
©Mieke
Batenburg,22 september 2003
|