Een mens die ik nooit vergeten ben.

Het was in het jaar 1997.

Wij woonden toen in een seniorenappartement in Eindhoven. Dicht bij het Diaconessen ziekenhuis. We woonden daar heel erg naar onze zin. Een klein appartementje, dat wél,  maar met een uitzicht op de tuinen van het verzorgingshuis, waar de koningin zelfs jaloers op zou zijn. Er was van ons zelf niets bij. Ik hoefde zelf niet voor het onderhoud te zorgen, daar was de tuinman mee belast. Wij mochten er alleen maar van genieten. En dat deden we dan ook. In de lente stonden de bomen in volle bloei en in de zomer was het één bloementuin. Er liepen konijntjes en het was een leuk gezicht om dat spul allemaal bezig te zien. In die zomer van 1997 hebben we zelfs een hele tijd een prachtige fazantenhaan, statig zijn wandelingetje door de tuin zien maken.

Wellicht zat hij daar op eieren.

 Het gezang van de vogels in de bomen gaf ons het gevoel alsof we in het paradijs terecht waren gekomen. Ons appartementje op één hoog was de laatste aan de buitengalerij en daardoor hadden we méér ruimte dan de andere mensen die aan de galerij woonden. We hadden er ons eigen lustoord van gemaakt. Met een pergola, rondom begroeid met bruidsslingers en bij de ingang van ons terreintje een rozenboog, begroeit met een rijkbloeiende New Dawn klim roos. Er stonden ook nog een paar potten met andere rozensoorten en mooie planten, zoals de sering, rododendron en fuksia’s. De kerstboom van het jaar daarvoor stond in een pot te wachten tot het weer Kerst zou worden. Verder waren er langs de reling van het terrein, bloembakken opgehangen met rijk bloeiende Balsemienen, hanggeraniums en fucsia’s.

Een verdwaalde duif was komen aanvliegen en werd door ons gevoed tot hij weer kracht genoeg zou hebben om door te vliegen naar zijn thuis.

Op het terras stond verder nog een tuinbankje en een tuinstel waar we tot laat op de zomeravond vertoefden.

Zelfs de maaltijden werden buiten gebruikt. Zo genoten we elke zomer van ons paradijsje en omdat het ziekenhuis onze naaste buur was, gebeurde het dat lopende patiënten en/of hun bezoek, zich vaak kwamen verpozen in de benedentuin. Langs de zijkant van de woningen op de begane grond waren banken geplaatst waar zij een ogenblik konden rusten en genieten van de tuin. Ons terrasje was daarbij eveneens een blikvanger en de mensen uit het verzorgingshuis zelf, kwamen nogal eens een kijkje nemen bij ons en een praatje maken. Op die bewuste zomerdag in augustus, zaten wij, (Martin en ik) samen zoon en schoondochter, te genieten van het mooie weer en de rust op ons terras. Ik had juist koffie ingeschonken, toen ik hoorde roepen. Ik keek over de reling van de balustrade en zag daar een, nog vrij jonge vrouw die, een beetje verlegen vroeg, of zij misschien bij ons naar het toilet zou mogen. Natuurlijk antwoordde ik daar bevestigend op en de dame in kwestie kwam opgelucht naar boven. Na afloop van haar sanitaire stop in ons toilet, vroeg ik haar om even plaats te nemen en met ons een kopje koffie mee te drinken. Dankbaar maakte zij daarvan gebruik en nadat zij ons verteld had dat zij ons dankbaar was dat we haar ( een wildvreemde) wilde helpen, vertelde  zij ons haar verhaal.

 Bij de laatste borstkankercontrole, was bij haar de gevreesde ziekte geconstateerd. Een jonge vrolijke vrouw, met een fijne echtgenoot en twee heerlijke dochters moest haar gezin van dit droeve nieuws op de hoogte stellen. Het bleek kwaadaardig te zijn en er zat niet anders op dan de borst te amputeren. Dapper liet ze alles over zich heen gaan en bleef de blije Jacomien die zij altijd was geweest. Zij ging naar de wekelijkse repetitie van het zangkoor waar zij lid van was en waar zij soms een solo mocht zingen.

Het werd een gezellige ontmoeting, ondanks haar verhaal. We spraken over muziek, het mooie weer, de prachtige natuur om ons heen en de zin  van het léven. En natuurlijk ook over haar situatie. Zij zat er totaal niet mee en wilde LEVEN tot de laatste snik. Zij hoopte en verwachtte dat ze de ziekte door haar positieve kijk op het leven, de  baas kon worden.

 Het ging ook een tijdlang goed en zij vertelde ons dat ze het zichzelf niet zou toestaan dat de kanker haar leven zou gaan beinvloeden. Dat zijzelf bepaalde HOE zij wilde LEVEN met deze vreselijke ziekte en dat je daarvoor in de eerste plaats moest accepteren dat de Kanker bezit had genomen van haar lichaam. Ze was zó dapper!

Wŕŕrom zij daar zo in haar eentje op de bank naast het huis had gezeten lag aan het feit dat ze juist die dag vernomen had, dat er uitzaaiingen waren ontdekt. Ook de andere  borst zou afgezet moeten worden. Zélf accepteerde ze dat blijmoedig, maar zag er erg tegenop met deze boodschap thuis te moeten komen. Ze was bang voor de reacties van haar familie.

Wij vonden het vreselijk voor haar.

 Zij bleef positief denken, hoewel ze deze nieuwe jobstijding even stilletjes moest verwerken.

Bij óns op het bankje aan de zijmuur op de begane grond, vóórdat ze het aan haar man kon vertellen.

 De ontmoeting met ons en de woorden van troost die wij haar gaven was op dat moment nét wat zij nodig had.

De volgende dag werd zij geopereerd en enige tijd later is zij overleden. Rotsvast in haar geloof. Niet vragend, niet klagend.

Daags daarna bracht haar man een bezoek aan ons terras. Hij gaf ons een kaart met een mooi gedicht dat Jacomien had geschreven over het omgaan met kanker. Zij hoopte dat dit gedicht, andere vrouwen met borstkanker zou kunnen helpen met het omgaan met deze kwaal. Haar man praatte vol liefde over zijn vrouw. Hoe zij, tot het laatste moment alléén aan anderen had gedacht en hoe zij afscheid had genomen van het leven. Daar had hij en de kinderen troost in gevonden.

 Zij ging naar haar Herder. Daar had zij vrede mee. 

 Zij zou in onze herinnering voortleven.
 Wij waren er zéker van.
 We hadden in óns "PARADIJS"!!
 een Engel ontmoet!!

 © Mieke Batenburg.

 =========================================================
Hieronder volgt nog het gedicht dat Jacomijn schreef, vlak voor haar sterven en dat haar man ons twee weken  nŕ haar sterven aan ons bracht.

 

Mijn leven met kanker.
Een eerste téken…….
“We vertrouwen het niet” !
Nŕder bekeken……..
Tot ons grote verdriet.
Helaas kwaadaardig!!
Je incasseert het “waardig”.
Thuis komt het protest
………..Je leven verpest.
De statistiek heeft voor je beslist
Hoogstens 2 jaar,
 anders ben je uitgewist!
Slachtoffer?……oh nee!}
Dŕŕr werk ik niet aan mee!
Het heft in eigen handen
En je niet laten stranden
Op de kust van zieligheid!
Jij, jij blijft dezélfde meid!!.
Niet die ziekte
bepaald het leven
Jijzelf
blijft het gestalte geven.
Met vallen en opstaan
Breekt nu de “strijd” aan.
Niet protesteren,
maar ruimte geven
Accepteren
 dat je met kanker moet LEVEN.
Kijken wat je wél nog kan
En geniet daar dan ook van.
Lukt het eens niet,

niet
getreurd, kóp op!
Morgen komt er weer een dag
en die wordt vast TOP!
Oók als je gezond bent
gaat het leven met golven
Soms ben je bóven en…
soms haast bedolven.
Zó gaat het ook bij een ziekte als kanker|
Je bootje ligt echt niet altijd
rustig voor anker.

Maar……….blijf aan ’t roer,
jij bent de kapitein

Dan is, zelfs met kanker,
Het leven heel fijn.
******************** 

Er was ook nog een voetnoot geplaatst onder het gedicht.  Zij schreef:

Met heel veel lieve groeten en als voorbeeld van dat geweldige leven van mij, jullie hartelijke, hartverwarmende ontmoeting. Van een zeer gelukkig mens.

Jacomien.

 

 

 

HOME

   

BACK

   

NEXT