Door het leven gelouterd

 

 In de gezellig ingerichte woonkamer heerst een sfeer van serene rust. Het is buiten koud en nat, maar binnen is er een heerlijke behaaglijke temperatuur.
Meneer en mevrouw de Bruin hebben zo juist hun middagmaaltijd genuttigd en zoals gebruikelijk nestelt meneer de Bruin zich,  vergenoegd en tevreden over het heerlijke eten, in zijn gemakkelijke stoel.
Mijnheer de Bruin heeft de krant gepakt en zoals gewoonlijk worden zijn ogen door het harmonische getik van de antieke staande klok en de behaaglijke warmte steeds zwaarder.
Het zal niet lang meer duren voordat de krant op de grond valt en de slaap hem zou wegdragen in de armen van Morpheus.

Mevrouw de Bruin ruimt de tafel af en zoekt haar schommelstoel op om het voorbeeld van haar man te volgen. Ze kijkt met genegenheid naar haar echtgenoot zoals hij daar rustig en voldaan luiert in zijn stoel en ze bedenkt hoe fijn ze het samen hebben.
Over een paar uur komt hun kleindochter met die twee kleine belhamels van achterkleinkinderen.
Daar verheugt ze zich nu al op want het is al weer enige weken geleden dat zij die schobbejakken in haar armen mocht sluiten en hoewel opa en oma altijd weer doodmoe zijn als de kinderen weer naar huis zijn gegaan,  zou ze die momenten van geluk niet willen missen.

In een hoekje van de kamer ligt Pinkel de roodbruine kater te spinnen van tevredenheid. Zo af en toe kijkt hij vanuit zijn ooghoeken naar de twee oude mensen die elk in hun eigen bezigheden verdiept zijn.
Het boek dat mevrouw de Bruin aan het lezen is, zakt steeds verder op haar schoot en ze droomt van lang geleden toen zij nog een jong meisje was.
Er heerst een volmaakte rust in de woning van het echtpaar………..


                                  0-0-0-0-0-0-0-0 

 Maria de Bruin was een rustig, in zichzelf gekeerd meisje. Vrienden en vriendinnen had zij niet. Zij had daarvoor geen tijd en óók in het geheel geen behoefte. Sinds de dood van haar lieve moeder, nu vier maanden geleden, zorgde zij voor het gezin van vader en de vijf kinderen in de leeftijd van vier tot vijftien jaar. Dat was een zware taak die op haar schouders rustte, maar Maria kwijtte zich met veel verantwoordelijkheidsgevoel van datgene, wat zij als zo vanzelfsprekend ervaarde. Vader was er haar dankbaar voor en dank zij Maria’s goede zorgen kon het leven zó, toch weer door gaan.

Op die zomerdag lag Maria heerlijk in het gras aan de rivierdijk. Ze genoot van de rust en het mooie weer. De zon stuurde zijn warme stralen naar de aarde en Maria koesterde zich in haar warmte.  Als de gelegenheid zich voordeed en de kinderen naar school of club waren vertrokken, was dat één van die dingen waar zij veel genoegen in schepte en kon zij zich even terugtrekken uit het drukke gezin.
Met een fles gazeuse bij de hand en een spannend boek had zij een mooi plekje gevonden. Met een grassprietje in de mond en schapenwolkjes die boven haar hoofd dreven, droomde zij van een mooie toekomst.

En dromen kon Maria heel goed. In haar dromen zag zij zichzelf als Florence Nightingale die in de onhygiënische legerhospitals, als eerste vrouwelijke verpleegster de gewonde Britse soldaten verzorgde die gewond werden binnengebracht van het slachtveld. Dat stuitte op veel weerstand bij de daar aanwezige medische staf. Voornamelijk omdat zij een vrouw was, maar met veel moed, geduld en liefde heeft zij er voor gezorgd dat de omstandigheden in de soldatenbarakken werden verbeterd en besmettelijke ziekten zoals cholera en de pest in de legerbarakken werden teruggedrongen.
Of zoals Jeanne ‘d Arc, die vóórop in het leger ten strijden trok, om de onderdrukte burgers te bevrijden van het juk waaronder zij gingen gebukt. Ja, dat was iets dat Maria ook zou willen doen.
Dienstbaar zijn aan de mensheid.
“Dat is toch waarvoor wij op deze wereld zijn gekomen?”.
“Om je naasten te helpen?”

Maria was achttien jaar toen zij droomde van een toekomst in de verzorging, maar gezien de situatie thuis, zou daar voorlopig wel niets van terechtkomen. “Maar ach, zorgen voor je broertjes en zusje is eigenlijk óók zorgen voor je naaste,” dacht Maria en ze keek naar de vlinder die vlakbij haar  was neergestreken. “Wat een prachtige kleuren heeft zo’n diertje”, dacht zij. ”Zo vrij te zijn als zij en dan de wereld ontdekken, dat zou toch mooi zijn”, zó mijmerde Maria, stil genietend van de rust en de natuur om haar heen…..
    
                                           
                             0-0-0-0-0-0-0-0

Het boek van Mevrouw de Bruin zakt verder van haar schoot en belandt met een zacht plofje op de grond. Ze schrikt wakker en kijkt slaperig naar haar echtgenoot die blijkbaar niets gemerkt heeft en rustig doorslaapt.

Pinkel de kater ziet dat het vrouwtje wakker is en vindt het tijd worden dat zij hem eens aanhaalt. Hij miauwt, springt op haar schoot en terwijl mevrouw de Bruin hem onder zijn kopje krauwt, sluit hij van genot zijn groene poezenoogjes en spint dat het een lieve lust is. Ook mevrouw de Bruin sluit haar ogen en is even later weer verzeild in dromenland.
                                             

                               0-0-0-0-0-0-0-0-

Van haar vader had Maria voor haar twintigste verjaardag een prachtige nieuwe fiets gekregen. Hij wilde haar belonen voor het vele werk dat zijn dochter verrichtte in het drukke gezin. Ook wilde hij op deze manier zijn dankbaarheid aan haar betuigen omdat zij zo haar best deed het gemis van de zo geliefde echtgenote en moeder te vergoeden.
Dolgelukkig trok Maria de polder in en voelde zich de koning te rijk. Gekleed in haar lichtgele zomerjapon, die wijd uitzwierde door de gesteven petticoat die ze er onder droeg, leek ze met haar goudblonde krullenkopje inderdaad op een prinsesje. De dorpelingen die zij met een vrolijke groet passeerde, keken nog eens om, naar haar blijde verschijning.

Op de terugweg ontmoette zij Jan, de zoon van de bakker van het dorp. Zij kende Jan al vanaf haar kinderjaren en toen Jan ouder werd, mocht hij met zijn vader mee met de bakkerskar. Jan had grote bewondering voor Maria en probeerde al langere tijd haar aandacht te trekken. Ja, eigenlijk moest hij zichzelf bekennen, was hij verliefd op haar geworden.
Terwijl hij haar lieftallige verschijning bewonderde, ging zijn hart naar haar uit en vroeg hij haar spontaan mee uit voor de jaarlijkse dansavond van de muziekvereniging, waarvan hij lid was.
Maria mocht Jan wel en was wel aan ontspanning toe, dus stemde zij in met zijn verzoek. Het was het begin van een opbloeiende liefde en de jongelui zochten elkaar steeds vaker op en praten over hun toekomst………

                                 0-0-0-0-0-0-0-0-

Mevrouw de Bruin schrikt van de plotselinge beweging die Pinkel maakt op haar schoot. Haar echtgenoot slaapt nog steeds en maakt daarbij luide, snurkende geluiden. “Moet je nu eens horen”, denkt ze bij zichzelf. “En dat zegt dan van zichzelf dat hij nóóit snurkt!!! Ja, ja!! ”. De staande klok slaat twee uur!
Heeft ze zó lang geslapen???
“Straks komen de kinderen, dus zal ik de theepot maar vast klaarzetten”, denkt ze en vertrekt naar het kleine keukentje dat hun appartement rijk is. Terwijl ze daarmee bezig is, herinnert ze zich haar dromen en ze is dankbaar dat het leven haar toch nog zoveel goeds heeft gegeven.

Toen haar vader later een goede vrouw had gevonden die de zorg voor hem en Maria’s broertjes en zusje overnam, is Maria getrouwd met haar Jan. Dat is nu alweer veertig jaar geleden. Ze kregen drie kinderen. Twee zonen, Julian en Wouter en hun dochter Liesbeth.
Mevrouw de Bruin denkt terug aan de tijd toen de kinderen nog klein waren. Na al die jaren dat ze voor haar broertjes en zusje had gezorgd had ze nu zélf een gezin! .

De jaren waren in volkomen harmonie vergleden en Jan en zij waren heel gelukkig met elkaar…. én met hun kinderen. Zij groeiden op, zonder noemenswaardige problemen en alle drie verwierven zij een goede toekomst en waren tevreden met hun bestaan.
Tót de dag, dat het noodlot opnieuw toesloeg en hun dochter Liesbeth en haar man Gerard, samen met hun kinderen Jasper van drie en Inge van twee jaar met de auto, waarmee zij op weg waren naar de ouders van Gerard, verongelukten na een kettingbotsing.
Liesbeth en Gerard waren op slag dood. De verwondingen van de kinderen vielen gelukkig mee en zij konden uit het wrak bevrijdt worden.
Zij werden van de ene dag op de andere wees. Het verdriet van Maria en Jan de Bruin was groot. Wat moest er van die bloedjes van kinderen terechtkomen??

En wéér nam Maria en haar lieve man Jan, de zorg op zich voor een gezin dat zónder moeder op moest groeien. Wederom een zware taak op de schouders van hen beiden.
Jan en zij moesten zowel opa en oma zijn,als vader en moeder.
Samen hebben zij ook déze taak volbracht en Inge en Jasper groeiden op tot gerespecteerde burgers, méde dank zij hun opa en oma.

Sóms denkt Maria nog wel eens terug aan de dromen die zij als jong meisje had, om te zijn als Jane ‘d  Arc, of Florence Nightingale die zich zo belangeloos opwierpen om de mensheid te dienen.
Het leven heeft zo zijn beloop gehad, en terwijl Mevrouw de Bruin haar lieve echtgenoot wakker maakt omdat de deurbel gaat en Inge en haar belhamels voor de deur staan, denkt zij: " Ik mocht dan wel géén voorvechter zijn zoals die twee vrouwen, maar ik ben dankbaar voor alles wat ons is gebleven.
Het leven heeft ons gelouterd en zó is het goed!! “

©Mieke Batenburg

 

HOME

   

BACK

   

NEXT