|
De
Schat
Voor
de kust van Isla Nublar, een afgelegen eiland nabij Costa Rica, ligt een
onopvallend vissersschip voor anker. Althans, het laat zich aanzien alsof
de vissers hun netten hebben uitgezet en wachten tot er zoveel vis in de
netten zit, dat ze binnengehaald kunnen worden.
De werkelijkheid ziet er echter anders uit.
Wàt gebeurt daar voor geheimzinnigs aan boord van die kotter?
Opmerkzame blikken van de opvarenden van voorbijgaande schepen, kunnen zo nu en
dan een paar duikers omslachtig in het water af zien dalen naar de donkere
diepten van de Indische oceaan.
Wàt zoeken ze daar??
Sterker nog……. Wat zoek ik daar?
Want één van die duikers ben ikzelf.
Ik
zal U vertellen hoe het allemaal is begonnen.
Het zal nu ongeveer een maand geleden zijn dat ik, terwijl ik rustig een boek
zat te lezen, opgeschrikt werd door de deurbel. Verbaasd legde ik mijn boek
neer. Ik verwachtte helemaal niemand. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik
plotseling een cameraploeg voor de deur zag staan en een welbekend persoon mij,
met een stralende glimlach op zijn gezicht, een envelop overhandigde en mij
vertelde dat ik de straatprijs had gewonnen. Er waren nog een aantal andere
prijswinnaars maar ik was de gelukkige die zich ook nog eens mocht
verheugen op de hoofdprijs, TWEE MILJOEN EURO. Ik wist niet wat ik hóórde.
Twee
miljoen!!
Hoeveel
is dat wel niet in guldens, schoot het door mijn hoofd.
Hoe is het mogelijk!!
Méér dan vijfentwintig gulden van de Staatsloterij had ik nog nóóit
gewonnen.
Ik was totaal van mijn stuk gebracht toen Henny Huisman (ja, ja, dé Henny
Huisman) mij, behalve de check van 2 miljoen, ook nog eens een grote bos bloemen
overhandigde.
‘ Dank, dank U wel’ stamelde ik. Henny lachte om mijn verbouwereerdheid en
zei, ‘Wàt gaat U met zoveel geld
doen?’
Verdwaasd keek ik hem aan. ‘Ik weet het allemaal nog niet’ stamelde
ik. Ik was nog steeds niet
bijgekomen van de schok ‘Maar één ding weet ik wél. Nu kan ik mijn
droomwens in vervulling laten gaan’ Natuurlijk
wilden ze weten, wàt dat voor een droomwens is.
‘ Ik heb er twee’ stamelde ik. ‘Maar de eerste kan nu verwezenlijkt
worden.’
De
camera zoemde op mij in. Zij verwachtten van mij een antwoord op Henny’s
vraag. Ik was echter niet van plan om daar méér over te vertellen en maakte
mij er van af met de opmerking dat ik daar nog niets over kon vertellen omdat
het een groot geheim was.
Die
nacht sliep ik weinig en de gedachten tolden door mijn hoofd. Ik had mij
voorgenomen ooit nog eens te gaan zoeken naar de schat die zich, volgens mijn
opa, in het 300 jaar geleden
vergane VOC-schip ‘De Hoop’ moest bevinden. ‘De Hoop’, was bij een zware storm in het jaar 1802 voor de kust van Isla
Nublar, een afgelegen eiland nabij de kust van Costa Rica gezonken. Het schip
had, zo luidde het verhaal een lading goud aan boord toen het zonk.
Mijn opa, die zijn leven lang op zee gevaren had en de hele wereld had
rondgezworven had daar zó vaak over vertelt. Hij
had het weer van zijn Opa gehoord, die ook zijn hele leven de zeeën had
bevaren. Altijd, tijdens familiebijeenkomsten en verjaardagen vertelde opa het
verhaal van de gezonken schat en
ik… ik luisterde altijd weer met rode oortjes en blosjes op mijn wangen.
Eens,
ja eens zou ik gaan zoéken naar die schat, nam ik mij steeds voor en
nu……….Jeetje, nu had ik het geld om een expeditie samen te stellen van
betrouwbare mensen en af te reizen naar Isla Nublar.
Bij opa’s dood had hij de kaart aan zijn kleinkind nagelaten en vlak voor hij
zijn ogen sloot had hij tegen mij gezegd, ‘Kind, als jij later groot bent,
moet je proberen die schat te vinden. Doe er iets goeds mee, waar arme mensen
ook van kunnen profiteren. Dat is altijd mijn wens geweest, maar ik heb nooit de
kans gehad om de schat te gaan zoeken. Laat mijn wens, jouw wens zijn en probeer
hem te realiseren. Beloof het me jongen, dan kan ik nu rustig mijn hoofd
neerleggen en naar mijn Hemelse Vader gaan. Toe, beloof het me’. Zijn laatste
woorden waren nauwelijks nog te verstaan en ik moest me over hem heenbuigen om
er iets van op te vangen. ‘Goed opa, als het mogelijk is zal ik aan Uw wens
voldoen’, snikte ik zachtjes aan zijn oor. Ik weet niet of hij mij nog heeft
verstaan, maar kort daarna overleed hij.
Verdrietig
om zijn heengaan had ik de kaart aanvaard. Opa’s wens was de mijne geworden.
**********************
Jaren
waren inmiddels verstreken en nu, door de prijs uit de staatsloterij,
had ik de middelen die nodig zijn om zo’n grootscheepse expeditie op
touw te zetten. Misschien, ja heel misschien vond ik de schat wel waar opa
altijd over sprak.
Het avontuur lokte en ik ging op onderzoek uit.
************************
En
nu sta ik dààr, in mijn
duikerspak, op het dek van ‘De Drie Gebroeders’, om voor de zoveelste keer
naar beneden te gaan. Met de apparatuur aan boord hadden we een object
gelokaliseerd op 1000 meter diepte. Het was ongeveer de plaats waar ‘de
Hoop’ zou moeten liggen. Zouden we nu succes hebben?
Samen met Gerrit en Jan (twee vrienden die graag op mijn uitnodiging ingingen om
méé te gaan) lieten we ons voorzichtig in het water zakken. Zou het deze keer
lukken?
De eerste die wat zag was Gerrit.
BINGO!!!!!!.
Gerrit
gebaarde naar de beide anderen en wees rechts onder hem. Vaag was er de vorm van
een wrak te herkennen.
Toen we dichter bij kwamen zagen we iets dat leek op een scheepsbel boven het
zand van de bodem uitsteken. We veegden gejaagd
met onze handen het zand en de schelpen weg, en …..Ja hoor, het was inderdaad
een scheepsbel en we konden na enig wrijven, vaag de letters ‘D
Ho p’ herkennen. Vreugde alom!!
We
hadden hem gevonden………’De Hoop’.
Veel
was er vergaan van het schip, maar de spanten lagen nog als een opengevouwen
bouwdoos, uitgespreid op de zeebodem.
Op regelmatige afstanden lagen kisten met koperen hoeken afgewerkt en het deksel
van de kisten waren gesloten met een grote sleutel. Jan morrelde wat aan de
sleutel van één van de kisten.
Met moeite ging het deksel open en toen……..Toen werden onze ogen zo groot
als schoteltjes onder onze duikershelm.
GOUD,
we zagen GOUD!!
Mooie
langwerpige broodjes GOUD. We hapten naar adem van ingehouden spanning.
Dit léék onmogelijk!!
Wij hadden opa’s schat gevonden!!!
Ook in de andere kisten zaten goudstaven en er was ook nog een kist met
prachtige, schitterende juwelen.
Met één klap waren we miljardair geworden en die dank zij de prijs uit
de postcodeloterij.
Gert, Jan en ik namen ieder een staaf goud mee naar boven om aan onze maten, op
de ‘Drie gebroeders’ te laten zien.
Dol van vreugde gebaarde ik dat we nu terug naar boven moesten gaan.
Het was genoeg geweest voor vandaag. We hadden ons doel bereikt.
*************
Boven
op de ‘Drie Gebroeders’, wachtten Ben en Karel gespannen op de terugkomst
van hun drie vrienden. Ze hadden inmiddels een heerlijke visschotel klaargemaakt
van de vis die zij deze dag hadden gevangen.
‘Kijk’, roept Ben. ‘Er wordt aan de kabel getrokken. Daar zul je ze
hebben’. ‘Zouden ze iets gevonden hebben’ opperde Karel hoopvol’. ‘Ze
zijn zo lang beneden gebleven’.
Boven gekomen ging er een gejuich op bij de vrienden toen we de goudstaven
toonden die we hadden gevonden.
Tijdens
het verorberen van de heerlijke visschotel met rijst, vertelde ik wat we hadden
aangetroffen. Met een glas rode wijn brachten we een toast uit op opa, die nooit
serieus was genomen, maar die zoals nu bleek wel degelijk gelijk had gehad.
‘Morgen’ zei ik’. Morgen zullen we terug gaan naar het wrak en zullen we
de schat gaan bergen.
Die nacht sliepen we allemaal als rozen en ik dacht aan de belofte die ik mijn
opa had gedaan om met het geld dat we zouden krijgen voor al dat goud, iets te
doen voor de arme mensen in de wereld. En ik droomde………Ik droomde van een
eiland in de waddenzee……….
De
andere morgen vertelde ik mijn vrienden van mijn droom. ‘ Willen jullie
meewerken om opa’s droom te verwezenlijken’ vroeg ik?
De vrienden waren enthousiast en zo gebeurde het dat we na drie weken bergen,
terug voeren naar huis.
We kochten van de Staat der Nederlanden een nieuw Waddeneiland dat pas was
ontdekt en bouwden er een mooi groot hotel op met een goede accommodatie.
Ook een klein schooltje, een paar huizen en winkels sierden binnen korte tijd
het eiland.
Karel vestigde zijn eigen huisartsenpraktijk en Gerrits vrouw werd lerares in
het schooltje.
Jan
diepte het haventje uit en maakte er een leuke jachthaven van en Ben bouwde een
heuse scheepswerf waar, behalve zeilboten en jachten voor de toeristen een
replica van ‘ De Hoop’ werd gebouwd.
Gerrit
bouwde aan het strandje een uitbating, waar de toerist een zeilboot, jacht of
waterfiets kon huren.
Ook gewone fietsen werden er te huur aangeboden. In de Zeester, zo heette de
uitbating, kon men zich tegoed doen aan een heerlijke vismaaltijd met een lekker
glaasje wijn.
Bij
de VVV in Harlingen en andere steden in Nederland, maakten we reclame voor de
vakantieaccommodatie.
Surfers wisten al spoedig ons ‘Goudeiland’ te vinden.
Ook de welgestelde gasten kwamen.
Logeerden in de luxe appartementen aan de voorzijde van Hotel ‘De Hoop’ en
brachten met hun rijkdom welvaart op het eiland en daarvoor in ruil
genoten zij van de rust, de duinen, de vogels en de zee.
************
De
andere helft van de kamers van hotel ‘De Hoop’ wordt nu gereserveerd voor
gezinnen/alleenstaanden/ouderen en gehandicapten, die van een klein inkomen rond
moeten zien te komen. Die zich nauwelijks iets kunnen permitteren en in deze
dure tijd moeizaam het hoofd boven water kunnen houden.
Het was nog even een probleem om de mensen te vinden die voor zo’n heerlijke
vakantie in aanmerking konden komen, maar ook dit werd opgelost want we kregen
alle medewerking van de uitkeringsinstanties en van hen kregen we de benodigde
adressen.
Iedere
week selecteerden we zo een andere groep in een andere plaats of stad. Zo
kreeg ieder een kans om van het vakantieaanbod gebruik te maken.
De verrassing was groot, wanneer er bij hen een uitnodiging in de bus viel, om
een week gratis in ons hotel te verblijven en gebruik te maken van alle
faciliteiten die op het eiland aanwezig waren.
Zo
werd de wens van mijn Martin en mij werkelijkheid. En dat is allemaal begonnen
met het winnen van die twee miljoen van de postcode loterij.
Ik en mijn vrienden wonen nu gelukkig en tevreden op ons Goudeiland en door het
toerisme hoop ik nog lang door te kunnen gaan met me in te zetten voor de armere
mens in onze samenleving.
Nu
gebeurt wat er eigenlijk àltijd zou moeten gebeuren. Door het grote geld dat de
rijken op ons eiland besteden, kunnen ook andere mensen, die een beetje
afleiding hard nodig hebben, maar het niet kunnen betalen, meeprofiteren.
Daarmee is dus ook mijn tweede wens in vervulling gegaan.
Mieke Batenburg 2003
|