De Boer en Boerin
|
Zoals elke morgen kijk ik onder het verorberen van mijn boterhammetje, naar het beeldscherm van mijn computer. Nieuwsgierig als ik ben om de nieuwe mailtjes van de schrijversgroep te lezen. In het halfjaar dat ik nu lid ben van deze groep ben ik tot de conclusie gekomen, dat dit niet alleen een schrijversgroep is, maar dat de groep langzamerhand óók is uitgegroeid tot een club van schrijvers/vrienden. Er zijn weer vele mailtjes binnengekomen en ik zie dat er ook een berichtje bij is van mijn broer die ons uitnodigt om binnenkort weer eens een reisje mee te gaan varen met hun boot. Het is de bedoeling dat we via de sluizen van Wijk bij Duurstede, het Amsterdam Rijnkanaal op zullen gaan, richting Amsterdam. Daar zullen we afmeren en koffiedrinken bij de oude boer en boerin waar we vroeger, als kinderen bleven wachten op de boot van mijn Vader die ons ná schooltijd weer oppikte. We mochten dan op de boerderij meehelpen met het melken van de koeien, in afwachting van het moment dat Vader met de boot langs voer. De boerderij stond iets landinwaarts en er was altijd wel wat te beleven. Vader wist dat hij ons daar kon vinden. De boerin was een vriendelijke hardwerkende vrouw die ons meestal een appel of een snee brood in onze handen duwde. Zij had medelijden met ons, omdat die "arme bloedjes" zoals ze tegen vader zei, zo lang moesten wachten. Wij vonden dat overigens helemaal niet erg, want de boer en boerin hielden ons wel bezig. We mochten de kippen voeren en op de deel stonden de klompen en de melkemmers, die gewit en schoongemaakt moesten worden. Mijn ouders en de boer en boerin zijn altijd goede vrienden gebleven en ook mijn broer en ik gaan hen zo nu en dan nog wel eens opzoeken. Mijn vader leeft allang niet meer, maar de beide oudjes zijn gelukkig beiden nog in leven en slijten hun oude dag in een klein huisje, op het erf van de boerderij die nu door hun kinderen wordt gerund. Zij worden liefdevol door hen verzorgd en kunnen zo toch blijven genieten van het boerenleven. Ik kan me nog herinneren dat de boer een zeer eigenzinnig karakter had en hij lag nogal eens overhoop met zijn naaste omgeving. Daarom was hij niet zo geliefd bij de boerengemeenschap, maar voor ons was hij altijd vriendelijk en behulpzaam. Hij had de gewoonte recht voor zijn mening uit te komen en schopte daarbij nogal eens iemand tegen de schenen, wat hem de bijnaam had opgeleverd van schoppenboer. Ik herinner mij dat er naast de deur een hockeystick stond, waar hij iedereen die hij niet op zijn erf wilde hebben de doodschrik mee op het lijf joeg. Niet dat hij er ooit iemand mee zou hebben geslagen, maar het was wél een effectief wapen. Hoe hij aan die stick was gekomen heb ik nooit echt begrepen, maar sommigen beweren dat de boer in zijn jeugd geprobeerd heeft, sportief te zijn. Hij liet zich inschrijven voor honkbal en omdat hij goed uitgerust op de club wilde verschijnen, heeft hij de benodigde sportkleding aangeschaft. Niet goed wetende wat nu eigenlijk de sportbenodigdheden zijn die hij nodig had, kocht hij de hockeystick. Terug op de boerderij liet hij trots zijn nieuwe aankoop aan de boerin zien, die daarop in een lachbui uitbarstte en niet meer van ophouden wist. Zij had zich juist wat opgemaakt (wat ze eigenlijk nooit deed) met wat make-up, lipstick en mascara, omdat ze zouden gaan buurten bij de buren. De tranen liepen haar over de wangen, evenals de mascara, waardoor de boer het op zijn heupen kreeg en van de weeromstuit mee stond te gieren van de lach. Of hij dáár nu die voetbalknie aan over heeft gehouden, zal wel altijd een raadsel blijven. In ieder geval was dat het einde van zijn sportieve bevlieging en stond de hockeystick nu dus als een dreigend gevaar geposteerd bij de deur om het gespuis weg te jagen. Ja, die beide oudjes hebben voor mij en mijn broer héél wat betekent. Zo herinner ik mij hoeveel moeite de boerin heeft gedaan om ons zwemmen te leren. Het gekke is dat de meeste schippers in die tijd niet konden zwemmen. Gewoon omdat er altijd gevaren moest worden. Zwemmen leren op school was er daarom voor ons niet bij. Daar was gewoon geen gelegenheid voor en het vaarwater was in de regel ook niet schoon genoeg of er stond teveel stroom. De boerin vond het echter onverantwoordelijk dat een schipperskind niet zou kunnen zwemmen en zij is dan ook degene geweest die mij dat heeft geleerd. Daar had zij een goede methode voor. Een week lang moest ik elk vrij moment op een stoel gaan liggen en met mijn armen en benen de zwembewegingen maken. Het zogenaamde droogzwemmen en daarna nam ze mij mee naar de waterkant waar de roeiboot lag afgemeerd. Dan deed ze een touw om mijn middel en moest ik het water in. Doodsangsten heb ik uitgestaan, maar ik ben haar toch dankbaar want mijn angsten heb ik kunnen overwinnen en nu zwem ik als een waterrat in het water. Menigmaal ben ik van de stuurhut afgesprongen en ook hadden we later een speedbootje aan boord. Met een luik achter het speedbootje "planken", was een bezigheid waarmee mijn broer en ik ons vele malen hebben beziggehouden. Ja, als ik aan deze dingen terugdenk moet ik zeggen dat ik best zin heb om samen met mijn man, broer en schoonzus, de boer en boerin weer eens te gaan opzoeken. Gauw nog even een mailtje sturen om te vertellen dat we graag van de uitnodiging gebruik maken. ©Mieke Batenburg
|