CAMPING

 

 

 

Ik ben blij dat ik een stukje van de wereld ben!
Waarom? Daarom! Lees mijn verhaal!

Het campingleven is voor mij nog maar een paar jaar geleden begonnen.
In het jaar 2000 kochten we onze stacaravan.
Hij stond op een camping in de bossen van Noord-Brabant. Wij, (mijn man Martin en ik), waren gelijk verliefd op dat mooie plekje in het bos en doopten onze caravan met de naam "Carpe Diem", wat betekent: ‘Pluk de dag’. Dat deden we dan ook, maar helaas werd Martin al vrij spoedig ná aankoop van de caravan ernstig ziek. Er werd bij hem kanker geconstateerd en in die eerste zomer zijn we vaak in het ziekenhuis geweest voor behandelingen en bestralingen. De weinige momenten die overbleven, genoten we samen van de heerlijke rust, de bomen, de vogels, de konijntjes en de eekhoorntjes in het bos. Ook gingen we er op uit. Naar de vennen die op korte afstand van onze camping zijn gelegen. Martin met zijn scootermobiel (hij kon niet meer lopen door de suikerziekte) en ik op de fiets. Dan namen we voor mij een klein opklapbaar stoeltje mee, dat ik bij Martin achter op zijn Goggomobiel (zo noemde ik zijn vervoermiddel plagend) bond. Een tas met limonade, slaatjes en een boterhammetje ging ook mee en zo toerden we door de bosrijke omgeving.
Het tweede jaar ging het met Martin weer wat beter en zodra het weer het toeliet, verbleven wij in ons paradijsje. Ik zette al mijn werkzaamheden stop om zolang mogelijk van ons samenzijn te kunnen genieten.
In juni 2002 is mijn lieveling overleden en toen was voor mij het plezier er van af. Ik overwoog om de zaak te verkopen en er kwamen ook gelijk kopers op af. Toen realiseerde ik mij, dat ik eerst even alles moest laten bezinken. Dat ik mijn gevoelens wat beter in de hand moest houden en ik besloot, toch nog maar te wachten met de verkoop van de caravan. En nú, ben ik heel blij dat ik niet heb toegegeven aan mijn opwelling om tot verkoop over te gaan.
Deze zomer heb ik weer kunnen genieten van de natuur. Helaas zónder mijn Martin, maar voor mijn gevoel was hij er toch bij en zag ik hem zitten in zijn luie stoel. Genietend van de kinderen en kleinkinderen die oma’s paradijsje ook wisten te waarderen en graag en vaak kwamen logeren. Vaak hebben we deze zomer gebarbecued in onze campingtuin. Mijn dochters en ik zorgden dan voor het kruiden en gereedmaken van het vlees. De sausjes en salades. We sneden het stokbrood en daarna gingen we rustig wachtend met een glaasje in de hand, afwachten wat de mannen ons te bieden hadden. Zij voelden zich geroepen om het vlees en de vis regelmatig te keren. ‘Dat is mannenwerk’, zeiden ze. Er werd lekker gebikkeld en later op de avond, toen het donkerder werd in het bos en de tuinverlichting werd aangedaan, kwamen de verhalen van vroeger los. Kijkend naar mijn kroost, voelde ik mij de ‘familiepatriarch. Alles overziend, werd ik tot in mijn ziel geroerd.
‘Wat ben ik toch rijk’, dacht ik. ‘Kijk dat nu eens aan…….Krijsende baby’s (de tweeling van mijn jongste zoon), die een schone broek behoefden. Een kleindochter van negen die tegenover haar nieuw verworven campingvriendinnetjes beweerde dat ZIJ de liefste oma van de hele wereld heeft en een schoondochter die tegenover haar echtgenoot beweert, (terwijl ze haar twee jaar oude dochter baad in het zitbad dat de caravan rijk is), dat het altijd zo fijn is om als familie zo bij elkaar te zijn. En een oudste zoon, die zich bijna brand aan het vuur omdat hij zijn moeder eerst moet omarmen in een onstuimige liefdesbetuiging.
Ja,…….Kan ik volmondig beamen……….Ik ben rijk!!
Veertien dagen geleden, is de caravan winterklaar gemaakt, maar straks, als de lente weer komt, zal ik er weer graag heengaan. Om te genieten van de natuur!

 

©Mieke Batenburg

 
Camping foto´s